Kernpunten
- De wettelijke basis van B2B-e-facturatie steunt op twee Belgische teksten: de wet van 6 februari 2024 en het koninklijk besluit van 8 juli 2025.
- De wet voegt de verplichting in het btw-Wetboek in (artikel 53, § 2bis); het koninklijk besluit legt de technische regels vast.
- Het opgelegde formaat is een gestructureerde factuur conform de norm EN 16931, in het Peppol BIS-formaat, verstuurd via het Peppol-netwerk.
- Richtlijn 2014/55/EU dekt overheidsopdrachten (B2G); het ViDA-pakket hief de nood aan een afwijking voor nationale verplichtingen op.
De wettelijke basis van B2B-e-facturatie, in het kort
De verplichting om gestructureerde e-facturen tussen ondernemingen uit te reiken is geen loutere administratieve aanbeveling: het is een regel van fiscaal recht, verankerd in precieze teksten. De wettelijke basis van B2B-e-facturatie in België steunt op twee complementaire lagen: een wet, die de verplichting creëert, en een koninklijk besluit, dat de technische uitvoering regelt.
De eerste laag is de wet van 6 februari 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 20 februari 2024. De tweede is het koninklijk besluit van 8 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2025. Bovenop die twee teksten ligt een Europese laag, bestaande uit de gemeenschappelijke norm EN 16931 en de recente evolutie van het EU-btw-recht.
Dit artikel plaatst elke tekst en toont hoe ze in elkaar passen. Voor het concrete toepassingsgebied van de verplichting leest u Peppol in België: de B2B-verplichting op 1 januari 2026; voor een stap-voor-stapaanpak naar conformiteit, Zich voorbereiden op e-facturatie in 2026.
De wet van 6 februari 2024: de grondtekst
De grondtekst draagt een expliciete titel: "wet tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat de invoering van de verplichting tot elektronische facturering betreft". Ze creëert geen nieuw wetboek: ze wijzigt twee bestaande wetboeken om de verplichting erin op te nemen.
De kern van de regeling is dat de wet een nieuw artikel 53, § 2bis in het btw-Wetboek invoegt. Het is die bepaling die een in België gevestigde belastingplichtige verplicht een gestructureerde e-factuur uit te reiken aan zijn medecontractant voor zijn B2B-handelingen, vanaf 1 januari 2026. De wet voegt ook, in artikel 1, § 13 van het Wetboek, een definitie van de "gestructureerde e-factuur" toe, zodat de term die de verplichting gebruikt een vaste juridische betekenis heeft.
Ten slotte wijzigt de wet het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 om de overgang te ondersteunen met fiscale stimuli, met name inzake de aftrekbaarheid van kosten verbonden aan e-facturatietools. De wettelijke basis is dus niet alleen dwingend: ze voorziet ook in een begeleidend luik.
Wat de wet van 6 februari 2024 doet
Creëert de verplichting in het btw-Wetboek
Nieuw artikel 53, § 2bis: een gestructureerde e-factuur uitreiken in B2B vanaf 1 januari 2026.
Definieert de gestructureerde e-factuur
Artikel 1, § 13 van het btw-Wetboek: een vaste juridische betekenis voor de term die de verplichting gebruikt.
Wijzigt het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992
Een reeks fiscale stimuli ter ondersteuning van de invoering van e-facturatietools.
Het koninklijk besluit van 8 juli 2025: de technische regels
Een wet die een "gestructureerde e-factuur" oplegt, zegt op zich niet welk formaat te gebruiken. Dat is de rol van het koninklijk besluit van 8 juli 2025, dat de btw-koninklijke besluiten wijzigt om de uitvoering van de verplichting te preciseren. Gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2025, maakt het van een principe een verifieerbare technische vereiste.
Het besluit legt een gestructureerde factuur op die conform is met de Europese norm EN 16931, in het Peppol BIS-formaat, in principe verstuurd via het Peppol-netwerk. Met andere woorden, het standaardkader is dat wat de meeste ondernemingen al kennen: Peppol voor het transport, EN 16931 en Peppol BIS voor de inhoud.
De tekst laat evenwel ruimte: de partijen kunnen onderling een ander formaat en een ander kanaal afspreken, op voorwaarde dat het gekozen formaat de norm EN 16931 respecteert. Die soepelheid stelt de verplichting niet ter discussie; ze betreft de middelen, niet het principe.
Hoe het Belgische recht samenhangt met het EU-recht
De meest voorkomende verwarring is te denken dat de B2B-verplichting voortvloeit uit Richtlijn 2014/55/EU. Dat is niet het geval. Die richtlijn dekt e-facturatie bij overheidsopdrachten (B2G) en werd apart omgezet. De verplichting tussen ondernemingen steunt daarentegen op het Belgische nationale recht dat hierboven wordt beschreven.
Het EU-recht komt toch op twee vlakken tussen. Ten eerste is de norm EN 16931 — het gemeenschappelijke semantische model van de factuur in Europa — de basis die de Belgische wettelijke basis verplicht maakt. Ten tweede vereiste gestructureerde e-facturatie opleggen zonder akkoord van de ontvanger voorheen een afwijking van de artikelen 218 en 232 van Richtlijn 2006/112/EG. Het ViDA-pakket (Richtlijn (EU) 2025/516), van kracht sinds 14 april 2025, laat de lidstaten nu toe e-facturatie op hun grondgebied op te leggen zonder die afwijking te vragen, wat juridische zekerheid gaf aan nationale verplichtingen zoals die van België.
| Richtlijn 2014/55/EU (B2G) | Belgische B2B-basis | |
|---|---|---|
| Betreft overheidsopdrachten | ||
| Betreft transacties tussen ondernemingen (B2B) | ||
| Bron: omgezet EU-recht | ||
| Bron: Belgische wet en koninklijk besluit | ||
| Legt de norm EN 16931 op |
De tijdlijn van de teksten
De wettelijke basis is niet in één keer opgebouwd: ze werd tekst na tekst samengesteld, wat verklaart waarom de verplichting lang voor haar inwerkingtreding gekend kon zijn. Dit zijn de juridische mijlpalen om te onthouden.
- 1
Grondwet
6 februari 2024Wet van 6 februari 2024 tot wijziging van het btw-Wetboek en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992.
- 2
Publicatie van de wet
20 februari 2024Verschijning in het Belgisch Staatsblad, het startpunt van de rechtszekerheid.
- 3
EU-kader geconsolideerd
14 april 2025Inwerkingtreding van het ViDA-pakket (Richtlijn (EU) 2025/516): geen afwijking meer te vragen.
- 4
Uitvoeringsbesluit
14 juli 2025Koninklijk besluit van 8 juli 2025 dat formaat (EN 16931, Peppol BIS) en kanaal (Peppol) vastlegt.
- 5
Verplichting treedt in werking
1 januari 2026Gestructureerde e-facturen uitreiken wordt verplicht in B2B.
Wat de wettelijke basis van uw onderneming vraagt
Praktisch vertaald komt de wettelijke basis neer op een resultaatsverbintenis: voor haar B2B-handelingen moet een in België gevestigde onderneming gestructureerde e-facturen uitreiken en ontvangen die conform zijn met EN 16931, in het Peppol BIS-formaat, via het Peppol-netwerk. Een vrije pdf volstaat niet langer, en de verplichting geldt zowel voor het ontvangen als voor het uitreiken.
Het concrete gevolg betreft de keuze van de tool. Conforme software maakt een geldig bestand aan, controleert het tegen de regels van het profiel en verstuurt het, zonder dat u het detail van de teksten hoeft te kennen. Die conformiteit nagaan is de eerste nuttige reflex tegenover een deadline die zelf al in het recht is opgenomen.
Facturatie die aan de wettelijke basis voldoet, zonder de XML aan te raken
YouInv maakt uw facturen aan conform EN 16931 in het Peppol BIS-formaat, valideert ze en verstuurt ze via het Peppol-netwerk.
Ook lezen
- Peppol in België: de B2B-verplichting op 1 januari 2026: wie onder de verplichting valt en wat erbuiten blijft.
- ViDA: btw in het digitale tijdperk in Europa: het EU-kader en de tijdlijn tot 2035.
- De norm EN 16931 uitgelegd: het gemeenschappelijke semantische model dat de wettelijke basis verplicht maakt.
De officiële bronnen zijn gezaghebbend: de tekst van de wet van 6 februari 2024 (Justel, Belgisch Staatsblad), het e-facturatieportaal van de FOD Financiën en Richtlijn (EU) 2025/516 op EUR-Lex.
Wat is de wettelijke basis van B2B-e-facturatie in België?
De wettelijke basis steunt op de wet van 6 februari 2024, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 20 februari 2024, die de verplichting in het btw-Wetboek invoegt (artikel 53, § 2bis), en op het koninklijk besluit van 8 juli 2025, dat de technische regels vastlegt (de norm EN 16931, het Peppol BIS-formaat, het Peppol-netwerk).
Wat bepaalt de wet van 6 februari 2024?
De wet van 6 februari 2024 wijzigt het btw-Wetboek en het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. Ze voegt artikel 53, § 2bis in het btw-Wetboek in, dat in België gevestigde belastingplichtigen verplicht een gestructureerde e-factuur uit te reiken voor hun B2B-handelingen vanaf 1 januari 2026, en een definitie van de gestructureerde e-factuur in artikel 1, § 13.
Waarvoor dient het koninklijk besluit van 8 juli 2025?
Het koninklijk besluit van 8 juli 2025, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 14 juli 2025, verduidelijkt hoe de verplichting wordt uitgevoerd. Het legt een gestructureerde factuur op die conform is met de norm EN 16931, in het Peppol BIS-formaat, in principe verstuurd via het Peppol-netwerk. De partijen kunnen een ander formaat en kanaal afspreken, op voorwaarde dat dit de norm EN 16931 respecteert.
Vormt Richtlijn 2014/55/EU de wettelijke basis van de B2B-verplichting?
Nee. Richtlijn 2014/55/EU betreft e-facturatie bij overheidsopdrachten (B2G). De Belgische B2B-verplichting steunt op nationaal recht (de wet van 6 februari 2024 en het koninklijk besluit van 8 juli 2025). Het EU-recht komt daarnaast tussen via de norm EN 16931 en het ViDA-pakket.
Was een Europese afwijking nodig om B2B-e-facturatie op te leggen?
Gestructureerde e-facturatie opleggen zonder akkoord van de ontvanger vereiste voorheen een afwijking van de artikelen 218 en 232 van Richtlijn 2006/112/EG. Het ViDA-pakket (Richtlijn (EU) 2025/516), van kracht sinds 14 april 2025, laat de lidstaten nu toe e-facturatie op hun grondgebied op te leggen zonder die afwijking te vragen.




